Begrippen
Begrippenlijst: kooktermen uitgelegd
Van blancheren tot temperen, de kooktermen die je in onze recepten tegenkomt, kort uitgelegd.
Kom je in een recept een term tegen die je niet kent? Hieronder staan de meestgebruikte kooktermen met een korte uitleg. Dezelfde uitleg verschijnt ook als tooltip bij die woorden in de bereidingsstappen.
- Au bain-marie
- Zachtjes verwarmen boven een pan heet water, zodat niets aanbrandt.
- Bardeeren
- Mager vlees omwikkelen met spek zodat het niet uitdroogt.
- Binden
- Een saus of soep dikker maken, bijv. met bloem, maïzena of een eidooier.
- Blancheren
- Kort (1–2 min) koken en meteen in ijswater afkoelen, behoudt kleur en beet.
- Blussen
- Hete pan of bereiding aflessen met een scheut vocht om het garen te stoppen.
- Brunoise
- In heel kleine, gelijke blokjes snijden (± 2 mm).
- Deglaceren
- De aanbaksels in de pan loskoken met wat vocht (wijn, bouillon) tot saus.
- Dresseren
- Het eten netjes en aantrekkelijk op het bord schikken.
- Emulgeren
- Twee stoffen die niet mengen (olie + water) tot een gladde saus samenbrengen.
- Frituren
- Gaar bakken in ruim hete olie (±170 °C) voor een krokante korst.
- Glaceren
- Groente glanzend maken met boter en suiker, of gebak met een laagje.
- Grillen
- Op hoge, droge hitte bakken met grillstrepen, op een grillpan of barbecue.
- Julienne
- In heel dunne, gelijke reepjes snijden (luciferdik).
- Karameliseren
- Suiker(s) verhitten tot ze bruin worden en een nootachtige smaak krijgen.
- Marineren
- Vlees, vis of groente vooraf laten trekken in een kruidige (zure) vloeistof.
- Monteren
- Al kloppend klontjes koude boter door een saus roeren voor glans en binding.
- Paneren
- Omhullen met bloem, ei en paneermeel voor een krokante korst.
- Pocheren
- Gaar laten worden in vloeistof net onder het kookpunt (niet laten borrelen).
- Pureren
- Fijnmalen of stampen tot een gladde massa (met staafmixer, blender of pers).
- Reduceren
- Een vloeistof laten inkoken zodat hij dikker wordt en de smaak concentreert.
- Roosteren
- Droog en heet garen (oven of pan) tot goudbruin, geeft nootachtige smaak.
- Roux
- Gelijke delen boter en bloem samen garen als basis om saus mee te binden.
- Sauteren
- Snel bakken op hoog vuur in weinig vet, al schuddend met de pan.
- Smoren
- Gaar laten worden in weinig vocht op laag vuur met deksel.
- Stomen
- Gaar laten worden in hete waterdamp, boven kokend water.
- Sudderen
- Heel zachtjes laten koken, net tegen de kook aan, met kleine belletjes.
- Temperen
- Chocolade gecontroleerd smelten en afkoelen zodat hij glanst en knapt.
- Zesten
- De dunne, gekleurde buitenschil van citrusfruit raspen (zonder het witte).